Beste vrienden,

Het magische jaar 2000 is reeds in zijn derde maand en alles verloopt nog steeds normaal. Het voorbije jaar is kalm geweest en ons werk groeit. Het is opvallend dat we meer en meer aanvragen krijgen (om kinderen in het home te plaatsen, nvdr). Er zijn zelfs mensen die willen betalen om hun kind hier te plaatsen, maar we moeten ze weigeren want wij geven voorrang aan echte straatjongens of zwerfkinderen, wezen en verwaarloosde jeugd, dezen dus die niet kunnen betalen. We begonnen het jaar met 140 jongens waar er slechts plaats is voor 120. Maar in Lilo-an, een plaats op 20 km van Cebu bouwen we een nieuw Don Bosco Boys' Home. We doen dat in verschillende fasen, naargelang er geld is.

Don Bosco Boys' Home te Lilo-an.

De eerste fase is gedaan en 42 jongens van hier konden er reeds hun intrek nemen. Met het nieuwe schooljaar in zicht kunnen we dat getal laten oplopen tot 70 of 80. Met de hulp van Duitsland werken we nu de tweede fase af. Ondertussen werd er ook reeds een werkhuis gebouwd en hopelijk kunnen we dit jaar met de hulp uit België een tweede werkhuis bouwen. Ook AMIE uit Geel wil ons helpen de lasserij op punt te zetten. Naast de jongens in het Boys' Home zullen we dus ook jongens uit de omgeving kunnen helpen voor een korte technische training om zo gemakkelijker werk te vinden.

In de toekomst hopen we ook nog onze eigen middelbare school te hebben, open voor jongens en meisjes uit de omgeving.Het is een werk dat zich stilaan ontwikkelt en het zal nog wel enkele jaren duren alvorens alles volledig af is, maar we zijn toch al goed op weg. Het is dan ook een werk dat een mooie hulp zal zijn voor de kinderen en jonge mannen uit de omgeving want naast een lagere school bestaat er hier niets anders.

Eerste werkhuis : mechanica.

Ondertussen gaat het werk hier in Don Bosco Boys' Home Banilad gewoon verder. Het is onze grond niet en de dag zal komen dat men ons hier buiten wil. De grond hier is van de duurste in Cebu en als het over geld gaat, is er geen medelijden voor straatkinderen en wezen. Maar zolang we hier zijn, doen we verder. Het werk in Banilad en Lilo-an is nog altijd één werk met één directeur en één econoom of één administratie. Zo moet ik instaan voor al de financiële en materiële noden van beide huizen.

Ingang Don Bosco Boys' Home Banilad.

Werken voor straatjongens is niet altijd even gemakkelijk. Velen willen wel proberen hun leven te veranderen, maar eens ze de straat gewoon zijn, is het zo moeilijk om regelmatig in een tehuis te leven en elke dag opnieuw naar school te gaan. Zo zijn er ook jongens die het niet aankunnen en weggaan.

Op zondag heb ik de mis voor de drugverslaafden, een center hier dichtbij. Tot mijn grote verwondering ontmoette ik er twee weken geleden twee van onze vorige jongens, opgepikt door de politie. Ze konden het in Don Bosco niet meer uithouden en gingen in de loop van het jaar weer de straat op. Ze werden opgepikt omwille van lijm snuiven en druggebruik. Het is een echte pest van deze tijden waartegen zo weinig te doen is door de corruptie.

Maar van de andere kant is het ook bemoedigend dat er jongens zijn die de aangeboden kans wel grijpen om hun leven te veranderen. Van de 42 jongens in Lilo-an zijn er slechts twee weggegaan en dat is een heel mooi resultaat.

Ik geef hier een korte levensschets van enkele jongens die nu in het eerste jaar van de lagere school zitten zodat je een idee krijgt van het soort kinderen dat we hier aannemen. Normaal zijn kinderen van het eerste leerjaar 6 tot 7 jaar. Twaalf van onze jongens in Lilo-an zitten in het eerste jaar lager onderwijs en ze zijn allen 10 tot 14 jaar !

* Archie Godinez is 12 jaar. Zijn moeder verkoopt wat groenten maar kan haar kinderen daarmee niet in leven houden. Vader is gestorven en zo kwam er voor de jongen niet veel van in huis om naar school te gaan. Zo kwam Archie op de straat terecht, zocht op het stort wat er verkoopbaar was en volgde zijn kameraden in lijm snuiven. Opgepakt door de mensen van het sociaal welzijn werd hij in Don Bosco geplaatst. Hij had het heel moeilijk om zich aan te passen maar met wat raad enleiding kon hij zich tenslotte schikken in zijn lot. Nu is hij gelukkig in Don Bosco waar hij een nieuwe familie vond.

Archie, Cudia, Nixon, Marc.

* Nelson Cudia, 12 jaar, weet niets af van zijn ouders die gescheiden zijn en elk een andere levenspartner hebben. Nelson was bij zijn oom maar liep er weg en leefde vier jaar op de markt in Lapulapu. Hij bleef in leven door te bedelen en op het stort te werken en rugby (= lijm) snuiven om de honger te vergeten. Hijzelf vertelde me eens : "Lijm geeft me kracht en stilt mijn honger". Nelson houdt het al 9 maanden uit bij ons en dat is een goed teken.

* Nixon Bontilao, 11 jaar, heeft zowat dezelfde geschiedenis : school verlaten, bedelen, op het stort, door vader verlaten, lijm snuiven… Het leven op straat is voor hem het normale leven. Leven in een Don Bosco center is geen normaal leven voor hem. Hij had het zo moeilijk om elke dag opnieuw een bad te nemen en zijn kleren te wassen. Dat had hij nog nooit gedaan. Als men bedelt en op straat loopt, is er ook geen nood om zich te wassen en hoe vuiler de kleren, hoe meer medelijden de mensen hebben. Maar ook hij houdt het al een tijd uit en wil zich echt aanpassen.

* Marc Zacharias, ook Dodong genoemd, is 12 jaar. Hij werd door zijn moeder verlaten toen hij amper 8 dagen oud was. Een tante zorgde wel een beetje voor hem maar toen hij 5 jaar was, leefde hij reeds op de straat, bedelend en zoekend op de stortplaats. Normaal dat hij ook lijm begon te snuiven. Hij werd verschillende keren door de politie opgepikt maar als er geen familie achter staat, kan de politie ook niet veel doen. Ook hij houdt het al 9 maanden uit in Don Bosco en wil van zijn leven nog iets maken.

De gebroeders Olasiman.

* Dan zijn er de drie broers Olasiman : Danilo (14), Manuel (12) en Pedro (10). Zij hebben nooit moederliefde gekend. Hun ziekelijke vader is vorig jaar gestorven en ze werden opgevoed bij een werkloos familielid. Ze zijn nog nooit naar school geweest. Ze zien er ondervoed uit en het zijn grote sukkelaars.

Zo kan ik nog verder gaan met een hele lijst van jongens uit het tweede en het derde leerjaar. Ik nam nu maar enkele voorbeelden van kinderen die in het eerste leerjaar zitten en waarvan sommigen al in het middelbaar moesten zitten.

Met goochelaar Bodo (Pater Frans rechts bovenaan).

Wat geweldig opvalt bij deze kinderen is dat ze zo open en aanhankelijk zijn. Ik ging hen eens opzoeken in de school vlakbij. Er was juist een programma bezig, wat zingen en dansen. Toen ik toekwam, riep iemand :"Father Francis !" Ze vlogen me daar om het kijf. Ik was ereigenlijk door gepakt en ook wat verveeld want we stoorden het programma. Je voelt echt dat die jongens nooit ouderliefde gekend hebben en hier in Don Bosco zijn ze echt blij en gelukkig. Ze hangen echt aan uw lijf om het zo uit te drukken.

Beste vrienden, van harte dank ik u voor de steun aan ons werk. Dit jaar kan ik weer enkele maanden met verlof naar Zwijndrecht komen, van juli tot begin oktober. (Dat kan één keer op drie jaar, nvdr). Misschien kom ik dan wel eens langs om een mondeling verslag te geven van ons werk.

God zegene u en dankbare groeten,

Frans De Meulenaere, sdb (d.w.z. Salesiaan van Don Bosco, nvdr).

Tot onze spijt moeten we wel melden dat pater Frans in 2000 overleden is in Viëtnam waar hij een feest van Don Bosco bijwoonde. We blijven hem wel gedenken.